Articulatie

In onze praktijk kan u terecht voor onderzoek en behandeling van fonologische en fonetische articulatiemoeilijkheden, alsook afwijkende mondgewoonten en foutief slikgedrag die de articulatie en gebitsstand negatief beïnvloeden. 

FONOLOGISCHE ARTICULATIESTOORNIS

 Klanken die nog moeilijk zijn  worden vervangen door klanken die wel beheerst zijn.

AFWIJKENDE MONDGEWOONTEN

Foutieve mondgewoonten die bijna altijd een invloed hebben op uitspraak en articulatie.

FONETISCHE ARTICULATIESTOORNIS

Het foutief vormen van een klank omwille van een foutieve articulatiebasis.

Hoe verloopt de normale spraakontwikkeling? 

Een aantal mijlpalen in de ontwikkeling:

  • De pre-verbale fase: tijdens het eerste levensjaar vindt er voornamelijk non-verbale communicatie plaats (mimiek, oogcontact, gebaren,…). Doordat ouders veel praten tegen hun kind, zal het kind meer en meer klanken en geluiden imiteren. 


  • De brabbelfase: rond de leeftijd van 7 à 8 maanden beginnen kinderen te experimenteren met klanken, geluiden en intonatie (dada, gaga).


  • De vroeg linguale fase: rond de leeftijd van      1 jaar tot 2,5 jaar gaat het kind overschakelen naar betekenisvol taalgebruik. De eerste twee tot driewoordzinnen komen op gang en het taalbegrip breidt volop uit.


  • De differentiatiefase: rond de leeftijd van 2,5 jaar tot 5 jaar breidt de woordenschat, grammaticale en klankontwikkeling snel uit. De klankontwikkeling is ongeveer rond de leeftijd van 3 jaar afgerond. Het kind kan alle klanken herkennen uit de moedertaal, maar hoeft het daarom nog niet zelf te kunnen produceren.
Kind idee

Wanneer is er een articulatiestoornis?

Articuleren betekent het samenwerken van bewegingen van de kaak, de tong, enz. Kinderen leren dit op jonge leeftijd op een speelse wijze en worden door de omgeving steeds beter en beter verstaanbaar.


We spreken van een articulatiestoornis wanneer het niet lukt om klanken correct uit te spreken. We kunnen dit onderverdelen in twee soorten articulatiestoornissen:


  • Fonologische articulatiestoornis
    Klanken die kinderen nog moeilijk vinden, gaan ze vervangen door klanken die ze wel reeds kunnen. Bijvoorbeeld: 'oot' ipv 'ook'


  • Fonetische articulatiestoornis
    Moeite hebben met het correct vormen van een klank omwille van een foutieve articulatiebasis (bijvoorbeeld: foutieve tongplaatsing). Dit komt vaak voor met afwijkende mondgewoonten